Werkwoord vervoegen

Typ een werkwoord in één van de talen NL, DE, EN, ES of FR.

Vervoeg

NL: plannen

U: Vervoeg zoals `jij`. Men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`.

Voltooid deelwoord
gepland

Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
ik plan
jij plant
hij plant
wij plannen
jullie plannen
zij plannen

Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
dat ik plan
dat jij plant
dat hij plant
dat wij plannen
dat jullie plannen
dat zij plannen

Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
ik heb gepland
jij hebt gepland
hij heeft gepland
wij hebben gepland
jullie hebben gepland
zij hebben gepland

Onvoltooid verleden tijd (ovt)
ik plande
jij plande
hij plande
wij planden
jullie planden
zij planden

Onvoltooid verleden tijd (ovt)
dat ik plande
dat jij plande
dat hij plande
dat wij planden
dat jullie planden
dat zij planden

Voltooid verleden tijd (vvt)
ik had gepland
jij had gepland
hij had gepland
wij hadden gepland
jullie hadden gepland
zij hadden gepland

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
ik zal plannen
jij zult plannen
hij zal plannen
wij zullen plannen
jullie zullen plannen
zij zullen plannen

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
ik zal gepland hebben
jij zult gepland hebben
hij zal gepland hebben
wij zullen gepland hebben
jullie zullen gepland hebben
zij zullen gepland hebben

Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
ik zou plannen
jij zou plannen
hij zou plannen
wij zouden plannen
jullie zouden plannen
zij zouden plannen

Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
ik zou gepland hebben
jij zou gepland hebben
hij zou gepland hebben
wij zouden gepland hebben
jullie zouden gepland hebben
zij zouden gepland hebben

Gebiedende wijs
plan


Voorbeelden

  1. De actieve tuinier maakt in de herfst plannen voor het volgende jaar en heeft de bollen al voor november in de grond
  2. Twijfel niet om met ons contact op te nemen en laat ons alle details van Uw planning regelen
  3. Handig om naar de beste aansluiting te zoeken of om uw reis te plannen
  4. Verdere plannen
  5. Tot 2020 staan nog een aantal plannen op stapel
  6. Heb je nog speciale plannen voor daarna?
  7. Wat zijn je plannen voor de toekomst?
  8. Vooruit plannen
  9. zanox Campaigns is het product waarmee u campagnes kunt plannen en leiden (CPL)
  10. Schatje het is allemaal verkeerd, waar zijn de plannen die we maakte voor ons tweeën
  11. en plannen en voorspellingen
  12. Het was gewoon een ongeluk, natuurlijk. We hadden veel plannen met hem.
  13. planner/strateeg
  14. voortrollende planning
  15. planninggestuurde

Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden


Duitse werkwoorden


Engelse werkwoorden


Franse werkwoorden


Spaanse werkwoorden