Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

picknicken vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





DE: picknicken

NL: picknicken

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gepicknickt
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik picknick
jij picknickt
hij picknickt
wij picknicken
jullie picknicken
zij picknicken
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gepicknickt
jij hebt gepicknickt
hij heeft gepicknickt
wij hebben gepicknickt
jullie hebben gepicknickt
zij hebben gepicknickt
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik picknickte
jij picknickte
hij picknickte
wij picknickten
jullie picknickten
zij picknickten
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gepicknickt
jij had gepicknickt
hij had gepicknickt
wij hadden gepicknickt
jullie hadden gepicknickt
zij hadden gepicknickt
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal picknicken
jij zult picknicken
hij zal picknicken
wij zullen picknicken
jullie zullen picknicken
zij zullen picknicken
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gepicknickt hebben
jij zult gepicknickt hebben
hij zal gepicknickt hebben
wij zullen gepicknickt hebben
jullie zullen gepicknickt hebben
zij zullen gepicknickt hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou picknicken
jij zou picknicken
hij zou picknicken
wij zouden picknicken
jullie zouden picknicken
zij zouden picknicken
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gepicknickt hebben
jij zou gepicknickt hebben
hij zou gepicknickt hebben
wij zouden gepicknickt hebben
jullie zouden gepicknickt hebben
zij zouden gepicknickt hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
picknick


DE: picknicken
Partizip Perfekt & Präsens
`Hij is gekomen` = voltooid deelwoord (Partizip II)
`komend` = tegenwoordig deelwoord (Partizip I)
gepicknickt
picknickend
Indikativ Präsens
der Indikativ = aantonende wijs
ich picknicke
du picknickst
er picknickt
wir picknicken
ihr picknickt
sie; Sie picknicken
Indikativ Perfekt
der Indikativ = aantonende wijs
ich habe gepicknickt
du hast gepicknickt
er hat gepicknickt
wir haben gepicknickt
ihr habt gepicknickt
sie; Sie haben gepicknickt
Indikativ Präteritum
der Indikativ = aantonende wijs
ich picknickte
du picknicktest
er picknickte
wir picknickten
ihr picknicktet
sie; Sie picknickten
Indikativ Plusquamperfekt
der Indikativ = aantonende wijs
ich hatte gepicknickt
du hattest gepicknickt
er hatte gepicknickt
wir hatten gepicknickt
ihr hattet gepicknickt
sie; Sie hatten gepicknickt
Indikativ Futur I
der Indikativ = aantonende wijs
ich werde picknicken
du wirst picknicken
er wird picknicken
wir werden picknicken
ihr werdet picknicken
sie; Sie werden picknicken
Indikativ Futur II
der Indikativ = aantonende wijs
ich werde gepicknickt haben
du wirst gepicknickt haben
er wird gepicknickt haben
wir werden gepicknickt haben
ihr werdet gepicknickt haben
sie; Sie werden gepicknickt haben
Konjunktiv I Präsens
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich picknicke
du picknickest
er picknicke
wir picknicken
ihr picknicket
sie; Sie picknicken
Konjunktiv I Perfekt
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich habe gepicknickt
du habest gepicknickt
er habe gepicknickt
wir haben gepicknickt
ihr habet gepicknickt
sie; Sie haben gepicknickt
Konjunktiv II Präsens
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich picknickte
du picknicktest
er picknickte
wir picknickten
ihr picknicktet
sie; Sie picknickten
Konjunktiv II Perfekt
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich hätte gepicknickt
du hättest gepicknickt
er hätte gepicknickt
wir hätten gepicknickt
ihr hättet gepicknickt
sie; Sie hätten gepicknickt
Konjunktiv II Futur I
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich würde picknicken
du würdest picknicken
er würde picknicken
wir würden picknicken
ihr würdet picknicken
sie; Sie würden picknicken
Konjunktiv II Futur II
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich würde gepicknickt haben
du würdest gepicknickt haben
er würde gepicknickt haben
wir würden gepicknickt haben
ihr würdet gepicknickt haben
sie; Sie würden gepicknickt haben
der Imperativ
der Imperativ = gebiedende wijs
du picknicke

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/picknicken

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English