NL: oriënterenDE: orientieren, sich zurechtfinden
FR: orienter, s'orienter
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
georiënteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik oriënteer jij oriënteert hij oriënteert wij oriënteren jullie oriënteren zij oriënteren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb georiënteerd jij hebt georiënteerd hij heeft georiënteerd wij hebben georiënteerd jullie hebben georiënteerd zij hebben georiënteerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik oriënteerde jij oriënteerde hij oriënteerde wij oriënteerden jullie oriënteerden zij oriënteerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had georiënteerd jij had georiënteerd hij had georiënteerd wij hadden georiënteerd jullie hadden georiënteerd zij hadden georiënteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal oriënteren jij zult oriënteren hij zal oriënteren wij zullen oriënteren jullie zullen oriënteren zij zullen oriënteren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal georiënteerd hebben jij zult georiënteerd hebben hij zal georiënteerd hebben wij zullen georiënteerd hebben jullie zullen georiënteerd hebben zij zullen georiënteerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou oriënteren jij zou oriënteren hij zou oriënteren wij zouden oriënteren jullie zouden oriënteren zij zouden oriënteren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou georiënteerd hebben jij zou georiënteerd hebben hij zou georiënteerd hebben wij zouden georiënteerd hebben jullie zouden georiënteerd hebben zij zouden georiënteerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
oriënteer
|