NL: ontslaanSynoniemen: de zak geven, ontheffen, wegsturen, intrekken, herroepen, wegzenden, verzenden, uitsturen, afschaffen, afdanken, verstuiken, ontwrichten, afzetten
DE: das Abdanken, das Kündigen
EN: the discharge, the dismissal, the firing
ES: el despedir
FR: le licenciement, le virement, le renvoi
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
ontslagen
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik ontsla jij ontslaat hij ontslaat wij ontslaan jullie ontslaan zij ontslaan
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb ontslagen jij hebt ontslagen hij heeft ontslagen wij hebben ontslagen jullie hebben ontslagen zij hebben ontslagen
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik ontsloeg jij ontsloeg hij ontsloeg wij ontsloegen jullie ontsloegen zij ontsloegen
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had ontslagen jij had ontslagen hij had ontslagen wij hadden ontslagen jullie hadden ontslagen zij hadden ontslagen
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal ontslaan jij zult ontslaan hij zal ontslaan wij zullen ontslaan jullie zullen ontslaan zij zullen ontslaan
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal ontslagen hebben jij zult ontslagen hebben hij zal ontslagen hebben wij zullen ontslagen hebben jullie zullen ontslagen hebben zij zullen ontslagen hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou ontslaan jij zou ontslaan hij zou ontslaan wij zouden ontslaan jullie zouden ontslaan zij zouden ontslaan
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou ontslagen hebben jij zou ontslagen hebben hij zou ontslagen hebben wij zouden ontslagen hebben jullie zouden ontslagen hebben zij zouden ontslagen hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
ontsla
|