Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

melken vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





DE: melken

NL: melken
Synoniemen: melken

EN: milk

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gemolken
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik melk
jij melkt
hij melkt
wij melken
jullie melken
zij melken
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gemolken
jij hebt gemolken
hij heeft gemolken
wij hebben gemolken
jullie hebben gemolken
zij hebben gemolken
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik molk
jij molk
hij molk
wij molken
jullie molken
zij molken
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gemolken
jij had gemolken
hij had gemolken
wij hadden gemolken
jullie hadden gemolken
zij hadden gemolken
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal melken
jij zult melken
hij zal melken
wij zullen melken
jullie zullen melken
zij zullen melken
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gemolken hebben
jij zult gemolken hebben
hij zal gemolken hebben
wij zullen gemolken hebben
jullie zullen gemolken hebben
zij zullen gemolken hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou melken
jij zou melken
hij zou melken
wij zouden melken
jullie zouden melken
zij zouden melken
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gemolken hebben
jij zou gemolken hebben
hij zou gemolken hebben
wij zouden gemolken hebben
jullie zouden gemolken hebben
zij zouden gemolken hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
melk


DE: melken
NL: melken
EN: milk
Partizip Perfekt & Präsens
`Hij is gekomen` = voltooid deelwoord (Partizip II)
`komend` = tegenwoordig deelwoord (Partizip I)
gemolken; gemelkt
melkend
Indikativ Präsens
der Indikativ = aantonende wijs
ich melke
du milkst
er milkt
wir melken
ihr melkt
sie; Sie melken
Indikativ Perfekt
der Indikativ = aantonende wijs
ich habe gemolken; gemelkt
du hast gemolken; gemelkt
er hat gemolken; gemelkt
wir haben gemolken; gemelkt
ihr habt gemolken; gemelkt
sie; Sie haben gemolken; gemelkt
Indikativ Präteritum
der Indikativ = aantonende wijs
ich molk; melkte
du molkst; melktest
er molk; melkte
wir molken; melkten
ihr molkt; melktet
sie; Sie molken; melkten
Indikativ Plusquamperfekt
der Indikativ = aantonende wijs
ich hatte gemolken; gemelkt
du hattest gemolken; gemelkt
er hatte gemolken; gemelkt
wir hatten gemolken; gemelkt
ihr hattet gemolken; gemelkt
sie; Sie hatten gemolken; gemelkt
Indikativ Futur I
der Indikativ = aantonende wijs
ich werde melken
du wirst melken
er wird melken
wir werden melken
ihr werdet melken
sie; Sie werden melken
Indikativ Futur II
der Indikativ = aantonende wijs
ich werde gemolken; gemelkt haben
du wirst gemolken; gemelkt haben
er wird gemolken; gemelkt haben
wir werden gemolken; gemelkt haben
ihr werdet gemolken; gemelkt haben
sie; Sie werden gemolken; gemelkt haben
Konjunktiv I Präsens
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich melke
du melkest
er melke
wir melken
ihr melket
sie; Sie melken
Konjunktiv I Perfekt
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich habe gemolken; gemelkt
du habest gemolken; gemelkt
er habe gemolken; gemelkt
wir haben gemolken; gemelkt
ihr habet gemolken; gemelkt
sie; Sie haben gemolken; gemelkt
Konjunktiv II Präsens
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich mölke
du mölkest
er mölke
wir mölken
ihr mölket
sie; Sie mölken
Konjunktiv II Perfekt
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich hätte gemolken; gemelkt
du hättest gemolken; gemelkt
er hätte gemolken; gemelkt
wir hätten gemolken; gemelkt
ihr hättet gemolken; gemelkt
sie; Sie hätten gemolken; gemelkt
Konjunktiv II Futur I
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich würde melken
du würdest melken
er würde melken
wir würden melken
ihr würdet melken
sie; Sie würden melken
Konjunktiv II Futur II
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich würde gemolken; gemelkt haben
du würdest gemolken; gemelkt haben
er würde gemolken; gemelkt haben
wir würden gemolken; gemelkt haben
ihr würdet gemolken; gemelkt haben
sie; Sie würden gemolken; gemelkt haben
der Imperativ
der Imperativ = gebiedende wijs
du milk

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/melken

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English