NL: magnetiserenDE: magnetiseren (magnetisch maken): magnetisieren
EN: magnetiseren (magnetisch maken): magnetize
ES: magnetiseren (magnetisch maken): magnetizar
FR: magnetiseren (magnetisch maken): magnétiser
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gemagnetiseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik magnetiseer jij magnetiseert hij magnetiseert wij magnetiseren jullie magnetiseren zij magnetiseren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gemagnetiseerd jij hebt gemagnetiseerd hij heeft gemagnetiseerd wij hebben gemagnetiseerd jullie hebben gemagnetiseerd zij hebben gemagnetiseerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik magnetiseerde jij magnetiseerde hij magnetiseerde wij magnetiseerden jullie magnetiseerden zij magnetiseerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gemagnetiseerd jij had gemagnetiseerd hij had gemagnetiseerd wij hadden gemagnetiseerd jullie hadden gemagnetiseerd zij hadden gemagnetiseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal magnetiseren jij zult magnetiseren hij zal magnetiseren wij zullen magnetiseren jullie zullen magnetiseren zij zullen magnetiseren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gemagnetiseerd hebben jij zult gemagnetiseerd hebben hij zal gemagnetiseerd hebben wij zullen gemagnetiseerd hebben jullie zullen gemagnetiseerd hebben zij zullen gemagnetiseerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou magnetiseren jij zou magnetiseren hij zou magnetiseren wij zouden magnetiseren jullie zouden magnetiseren zij zouden magnetiseren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gemagnetiseerd hebben jij zou gemagnetiseerd hebben hij zou gemagnetiseerd hebben wij zouden gemagnetiseerd hebben jullie zouden gemagnetiseerd hebben zij zouden gemagnetiseerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
magnetiseer
|