NL: lakkenSynoniemen: schilderen, vernissen, verven, beschilderen
DE: lakken (vernissen): lackieren, firnissen, färben
EN: lakken (vernissen): lacquer, varnish
ES: lakken (vernissen): barnizar, pintar con laca
FR: lakken (vernissen): laquer, vernir, vernisser
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gelakt
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik lak jij lakt hij lakt wij lakken jullie lakken zij lakken
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gelakt jij hebt gelakt hij heeft gelakt wij hebben gelakt jullie hebben gelakt zij hebben gelakt
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik lakte jij lakte hij lakte wij lakten jullie lakten zij lakten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gelakt jij had gelakt hij had gelakt wij hadden gelakt jullie hadden gelakt zij hadden gelakt
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal lakken jij zult lakken hij zal lakken wij zullen lakken jullie zullen lakken zij zullen lakken
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gelakt hebben jij zult gelakt hebben hij zal gelakt hebben wij zullen gelakt hebben jullie zullen gelakt hebben zij zullen gelakt hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou lakken jij zou lakken hij zou lakken wij zouden lakken jullie zouden lakken zij zouden lakken
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gelakt hebben jij zou gelakt hebben hij zou gelakt hebben wij zouden gelakt hebben jullie zouden gelakt hebben zij zouden gelakt hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
lak
|