NL: krimpenSynoniemen: draaien, schrompelen, slinken, verminderen, werken, minderen, , verkleinen, minworden, inkrimpen, afnemen, korten, verlagen, verkorten, reduceren, inperken, beperken
DE: krimpen (slinken): einschrumpfen, verringern, reduzieren, schrumpfen, schwinden, mindern, vermindern, zusammenschrumpfen
EN: krimpen (slinken): shrink, decrease, diminish, lessen, dwindle, shrink back, reduce, shrivel, go down, shrivel up, drop, shrink away
ES: krimpen (slinken): encogerse, mermar, reducirse
FR: krimpen (slinken): amoindrir, diminuer, fondre, décroître
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gekrompen
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik krimp jij krimpt hij krimpt wij krimpen jullie krimpen zij krimpen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik ben gekrompen jij bent gekrompen hij is gekrompen wij zijn gekrompen jullie zijn gekrompen zij zijn gekrompen
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik kromp jij kromp hij kromp wij krompen jullie krompen zij krompen
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik was gekrompen jij was gekrompen hij was gekrompen wij waren gekrompen jullie waren gekrompen zij waren gekrompen
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal krimpen jij zult krimpen hij zal krimpen wij zullen krimpen jullie zullen krimpen zij zullen krimpen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gekrompen zijn jij zult gekrompen zijn hij zal gekrompen zijn wij zullen gekrompen zijn jullie zullen gekrompen zijn zij zullen gekrompen zijn
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou krimpen jij zou krimpen hij zou krimpen wij zouden krimpen jullie zouden krimpen zij zouden krimpen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gekrompen zijn jij zou gekrompen zijn hij zou gekrompen zijn wij zouden gekrompen zijn jullie zouden gekrompen zijn zij zouden gekrompen zijn
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
krimp
|