NL: kopiërenSynoniemen: reproduceren, fotokopiëren
DE: abschreiben, eine Fotokopie machen, eine Kopie machen, nachäffen, nachahmen, imitieren, nachmachen
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gekopieerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik kopieer jij kopieert hij kopieert wij kopiëren jullie kopiëren zij kopiëren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gekopieerd jij hebt gekopieerd hij heeft gekopieerd wij hebben gekopieerd jullie hebben gekopieerd zij hebben gekopieerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik kopieerde jij kopieerde hij kopieerde wij kopieerden jullie kopieerden zij kopieerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gekopieerd jij had gekopieerd hij had gekopieerd wij hadden gekopieerd jullie hadden gekopieerd zij hadden gekopieerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal kopiëren jij zult kopiëren hij zal kopiëren wij zullen kopiëren jullie zullen kopiëren zij zullen kopiëren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gekopieerd hebben jij zult gekopieerd hebben hij zal gekopieerd hebben wij zullen gekopieerd hebben jullie zullen gekopieerd hebben zij zullen gekopieerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou kopiëren jij zou kopiëren hij zou kopiëren wij zouden kopiëren jullie zouden kopiëren zij zouden kopiëren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gekopieerd hebben jij zou gekopieerd hebben hij zou gekopieerd hebben wij zouden gekopieerd hebben jullie zouden gekopieerd hebben zij zouden gekopieerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
kopieer
|
DE: kopierenSynoniemen: abschreiben, eine Fotokopie machen, eine Kopie machen, nachäffen, nachahmen, imitieren, nachmachen
NL: reproduceren, fotokopiëren
| Partizip Perfekt & Präsens |
`Hij is gekomen` = voltooid deelwoord (Partizip II) `komend` = tegenwoordig deelwoord (Partizip I) |
kopiert kopierend
|
| Indikativ Präsens |
| der Indikativ = aantonende wijs |
ich kopiere du kopierst er kopiert wir kopieren ihr kopiert sie; Sie kopieren
|
| Indikativ Perfekt |
| der Indikativ = aantonende wijs |
ich habe kopiert du hast kopiert er hat kopiert wir haben kopiert ihr habt kopiert sie; Sie haben kopiert
|
| Indikativ Präteritum |
| der Indikativ = aantonende wijs |
ich kopierte du kopiertest er kopierte wir kopierten ihr kopiertet sie; Sie kopierten
|
| Indikativ Plusquamperfekt |
| der Indikativ = aantonende wijs |
ich hatte kopiert du hattest kopiert er hatte kopiert wir hatten kopiert ihr hattet kopiert sie; Sie hatten kopiert
|
| Indikativ Futur I |
| der Indikativ = aantonende wijs |
ich werde kopieren du wirst kopieren er wird kopieren wir werden kopieren ihr werdet kopieren sie; Sie werden kopieren
|
| Indikativ Futur II |
| der Indikativ = aantonende wijs |
ich werde kopiert haben du wirst kopiert haben er wird kopiert haben wir werden kopiert haben ihr werdet kopiert haben sie; Sie werden kopiert haben
|
| Konjunktiv I Präsens |
| der Konjunktiv = aanvoegende wijs |
ich kopiere du kopierest er kopiere wir kopieren ihr kopieret sie; Sie kopieren
|
| Konjunktiv I Perfekt |
| der Konjunktiv = aanvoegende wijs |
ich habe kopiert du habest kopiert er habe kopiert wir haben kopiert ihr habet kopiert sie; Sie haben kopiert
|
| Konjunktiv II Präsens |
| der Konjunktiv = aanvoegende wijs |
ich kopierte du kopiertest er kopierte wir kopierten ihr kopiertet sie; Sie kopierten
|
| Konjunktiv II Perfekt |
| der Konjunktiv = aanvoegende wijs |
ich hätte kopiert du hättest kopiert er hätte kopiert wir hätten kopiert ihr hättet kopiert sie; Sie hätten kopiert
|
| Konjunktiv II Futur I |
| der Konjunktiv = aanvoegende wijs |
ich würde kopieren du würdest kopieren er würde kopieren wir würden kopieren ihr würdet kopieren sie; Sie würden kopieren
|
| Konjunktiv II Futur II |
| der Konjunktiv = aanvoegende wijs |
ich würde kopiert haben du würdest kopiert haben er würde kopiert haben wir würden kopiert haben ihr würdet kopiert haben sie; Sie würden kopiert haben
|
| der Imperativ |
| der Imperativ = gebiedende wijs |
du kopiere
|