NL: koffiedrinken U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
koffiegedronken
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik drink koffie jij drinkt koffie hij drinkt koffie wij drinken koffie jullie drinken koffie zij drinken koffie
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb koffiegedronken jij hebt koffiegedronken hij heeft koffiegedronken wij hebben koffiegedronken jullie hebben koffiegedronken zij hebben koffiegedronken
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik dronk koffie jij dronk koffie hij dronk koffie wij dronken koffie jullie dronken koffie zij dronken koffie
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had koffiegedronken jij had koffiegedronken hij had koffiegedronken wij hadden koffiegedronken jullie hadden koffiegedronken zij hadden koffiegedronken
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal koffiedrinken jij zult koffiedrinken hij zal koffiedrinken wij zullen koffiedrinken jullie zullen koffiedrinken zij zullen koffiedrinken
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal koffiegedronken hebben jij zult koffiegedronken hebben hij zal koffiegedronken hebben wij zullen koffiegedronken hebben jullie zullen koffiegedronken hebben zij zullen koffiegedronken hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou koffiedrinken jij zou koffiedrinken hij zou koffiedrinken wij zouden koffiedrinken jullie zouden koffiedrinken zij zouden koffiedrinken
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou koffiegedronken hebben jij zou koffiegedronken hebben hij zou koffiegedronken hebben wij zouden koffiegedronken hebben jullie zouden koffiegedronken hebben zij zouden koffiegedronken hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
drink koffie
|