NL: kleienSynoniemen: boetseren
DE: das Töpfern
EN: the clay modelling
FR: le modelage
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gekleid
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik klei jij kleit hij kleit wij kleien jullie kleien zij kleien
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gekleid jij hebt gekleid hij heeft gekleid wij hebben gekleid jullie hebben gekleid zij hebben gekleid
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik kleide jij kleide hij kleide wij kleiden jullie kleiden zij kleiden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gekleid jij had gekleid hij had gekleid wij hadden gekleid jullie hadden gekleid zij hadden gekleid
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal kleien jij zult kleien hij zal kleien wij zullen kleien jullie zullen kleien zij zullen kleien
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gekleid hebben jij zult gekleid hebben hij zal gekleid hebben wij zullen gekleid hebben jullie zullen gekleid hebben zij zullen gekleid hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou kleien jij zou kleien hij zou kleien wij zouden kleien jullie zouden kleien zij zouden kleien
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gekleid hebben jij zou gekleid hebben hij zou gekleid hebben wij zouden gekleid hebben jullie zouden gekleid hebben zij zouden gekleid hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
klei
|