NL: kegelenDE: kegelschieben, kegeln
EN: play skittles, play ninepins
ES: jugar a los bolos
FR: jouer au bowling, jouer aux quilles
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gekegeld
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik kegel jij kegelt hij kegelt wij kegelen jullie kegelen zij kegelen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gekegeld jij hebt gekegeld hij heeft gekegeld wij hebben gekegeld jullie hebben gekegeld zij hebben gekegeld
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik kegelde jij kegelde hij kegelde wij kegelden jullie kegelden zij kegelden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gekegeld jij had gekegeld hij had gekegeld wij hadden gekegeld jullie hadden gekegeld zij hadden gekegeld
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal kegelen jij zult kegelen hij zal kegelen wij zullen kegelen jullie zullen kegelen zij zullen kegelen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gekegeld hebben jij zult gekegeld hebben hij zal gekegeld hebben wij zullen gekegeld hebben jullie zullen gekegeld hebben zij zullen gekegeld hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou kegelen jij zou kegelen hij zou kegelen wij zouden kegelen jullie zouden kegelen zij zouden kegelen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gekegeld hebben jij zou gekegeld hebben hij zou gekegeld hebben wij zouden gekegeld hebben jullie zouden gekegeld hebben zij zouden gekegeld hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
kegel
|