NL: kanoënSynoniemen: kanovaren
EN: kanoën (kanovaren): canoe
ES: kanoën (kanovaren): ir en canoa
FR: kanoën (kanovaren): faire du canoë
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gekanood
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik kano jij kanoot hij kanoot wij kanoën jullie kanoën zij kanoën
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gekanood jij hebt gekanood hij heeft gekanood wij hebben gekanood jullie hebben gekanood zij hebben gekanood
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik kanode jij kanode hij kanode wij kanoden jullie kanoden zij kanoden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gekanood jij had gekanood hij had gekanood wij hadden gekanood jullie hadden gekanood zij hadden gekanood
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal kanoën jij zult kanoën hij zal kanoën wij zullen kanoën jullie zullen kanoën zij zullen kanoën
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gekanood hebben jij zult gekanood hebben hij zal gekanood hebben wij zullen gekanood hebben jullie zullen gekanood hebben zij zullen gekanood hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou kanoën jij zou kanoën hij zou kanoën wij zouden kanoën jullie zouden kanoën zij zouden kanoën
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gekanood hebben jij zou gekanood hebben hij zou gekanood hebben wij zouden gekanood hebben jullie zouden gekanood hebben zij zouden gekanood hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
kano
|