NL: kaatsenSynoniemen: butsen, springen
EN: bounce, rebound
ES: rebotar
FR: rebondir, meurtrir
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gekaatst
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik kaats jij kaatst hij kaatst wij kaatsen jullie kaatsen zij kaatsen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gekaatst jij hebt gekaatst hij heeft gekaatst wij hebben gekaatst jullie hebben gekaatst zij hebben gekaatst
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik kaatste jij kaatste hij kaatste wij kaatsten jullie kaatsten zij kaatsten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gekaatst jij had gekaatst hij had gekaatst wij hadden gekaatst jullie hadden gekaatst zij hadden gekaatst
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal kaatsen jij zult kaatsen hij zal kaatsen wij zullen kaatsen jullie zullen kaatsen zij zullen kaatsen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gekaatst hebben jij zult gekaatst hebben hij zal gekaatst hebben wij zullen gekaatst hebben jullie zullen gekaatst hebben zij zullen gekaatst hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou kaatsen jij zou kaatsen hij zou kaatsen wij zouden kaatsen jullie zouden kaatsen zij zouden kaatsen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gekaatst hebben jij zou gekaatst hebben hij zou gekaatst hebben wij zouden gekaatst hebben jullie zouden gekaatst hebben zij zouden gekaatst hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
kaats
|