NL: inlopenSynoniemen: inhalen, instinken, intrappen, warmlopen, voorbijkomen, opzoeken, langskomen, bezoeken, aankomen, intuinen
DE: inlopen (inhalen): einholen, überholen
EN: inlopen (inhalen): catch up, catch up with, run in, gain
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
ingelopen
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik loop in jij loopt in hij loopt in wij lopen in jullie lopen in zij lopen in
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik ben ingelopen jij bent ingelopen hij is ingelopen wij zijn ingelopen jullie zijn ingelopen zij zijn ingelopen
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik liep in jij liep in hij liep in wij liepen in jullie liepen in zij liepen in
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik was ingelopen jij was ingelopen hij was ingelopen wij waren ingelopen jullie waren ingelopen zij waren ingelopen
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal inlopen jij zult inlopen hij zal inlopen wij zullen inlopen jullie zullen inlopen zij zullen inlopen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal ingelopen zijn jij zult ingelopen zijn hij zal ingelopen zijn wij zullen ingelopen zijn jullie zullen ingelopen zijn zij zullen ingelopen zijn
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou inlopen jij zou inlopen hij zou inlopen wij zouden inlopen jullie zouden inlopen zij zouden inlopen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou ingelopen zijn jij zou ingelopen zijn hij zou ingelopen zijn wij zouden ingelopen zijn jullie zouden ingelopen zijn zij zouden ingelopen zijn
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
loop in
|