NL: impregnerenSynoniemen: doordrenken
DE: impregneren (doordrenken): durchtränken, senken, imprägnieren, trenken
EN: impregneren (doordrenken): impregnate
ES: impregneren (doordrenken): impregnar, empapar, arranquar
FR: impregneren (doordrenken): tremper, imprégner, imbiber
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geïmpregneerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik impregneer jij impregneert hij impregneert wij impregneren jullie impregneren zij impregneren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geïmpregneerd jij hebt geïmpregneerd hij heeft geïmpregneerd wij hebben geïmpregneerd jullie hebben geïmpregneerd zij hebben geïmpregneerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik impregneerde jij impregneerde hij impregneerde wij impregneerden jullie impregneerden zij impregneerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geïmpregneerd jij had geïmpregneerd hij had geïmpregneerd wij hadden geïmpregneerd jullie hadden geïmpregneerd zij hadden geïmpregneerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal impregneren jij zult impregneren hij zal impregneren wij zullen impregneren jullie zullen impregneren zij zullen impregneren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geïmpregneerd hebben jij zult geïmpregneerd hebben hij zal geïmpregneerd hebben wij zullen geïmpregneerd hebben jullie zullen geïmpregneerd hebben zij zullen geïmpregneerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou impregneren jij zou impregneren hij zou impregneren wij zouden impregneren jullie zouden impregneren zij zouden impregneren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geïmpregneerd hebben jij zou geïmpregneerd hebben hij zou geïmpregneerd hebben wij zouden geïmpregneerd hebben jullie zouden geïmpregneerd hebben zij zouden geïmpregneerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
impregneer
|