NL: graverenSynoniemen: etsen, slijpen, gravure, graveerwerk, griffen, griffelen
DE: der Kupferstich, die Kupferstecherarbeit
EN: the engraving, the inscribing, the incising
ES: el grabado
FR: la gravure
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gegraveerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik graveer jij graveert hij graveert wij graveren jullie graveren zij graveren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gegraveerd jij hebt gegraveerd hij heeft gegraveerd wij hebben gegraveerd jullie hebben gegraveerd zij hebben gegraveerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik graveerde jij graveerde hij graveerde wij graveerden jullie graveerden zij graveerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gegraveerd jij had gegraveerd hij had gegraveerd wij hadden gegraveerd jullie hadden gegraveerd zij hadden gegraveerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal graveren jij zult graveren hij zal graveren wij zullen graveren jullie zullen graveren zij zullen graveren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gegraveerd hebben jij zult gegraveerd hebben hij zal gegraveerd hebben wij zullen gegraveerd hebben jullie zullen gegraveerd hebben zij zullen gegraveerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou graveren jij zou graveren hij zou graveren wij zouden graveren jullie zouden graveren zij zouden graveren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gegraveerd hebben jij zou gegraveerd hebben hij zou gegraveerd hebben wij zouden gegraveerd hebben jullie zouden gegraveerd hebben zij zouden gegraveerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
graveer
|