NL: goochelenSynoniemen: toveren
DE: zaubern, gaukeln
EN: conjure, juggle, perform conjuring tricks, use magic
ES: hacer juegos de manos, hacer juegos malabares
FR: exécuter des tours de passe-passe, faire des tours de magie
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gegoocheld
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik goochel jij goochelt hij goochelt wij goochelen jullie goochelen zij goochelen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gegoocheld jij hebt gegoocheld hij heeft gegoocheld wij hebben gegoocheld jullie hebben gegoocheld zij hebben gegoocheld
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik goochelde jij goochelde hij goochelde wij goochelden jullie goochelden zij goochelden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gegoocheld jij had gegoocheld hij had gegoocheld wij hadden gegoocheld jullie hadden gegoocheld zij hadden gegoocheld
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal goochelen jij zult goochelen hij zal goochelen wij zullen goochelen jullie zullen goochelen zij zullen goochelen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gegoocheld hebben jij zult gegoocheld hebben hij zal gegoocheld hebben wij zullen gegoocheld hebben jullie zullen gegoocheld hebben zij zullen gegoocheld hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou goochelen jij zou goochelen hij zou goochelen wij zouden goochelen jullie zouden goochelen zij zouden goochelen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gegoocheld hebben jij zou gegoocheld hebben hij zou gegoocheld hebben wij zouden gegoocheld hebben jullie zouden gegoocheld hebben zij zouden gegoocheld hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
goochel
|