Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

genezen vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: genezen
Synoniemen: beter, hersteld, aankomen, cureren, helen, helpen, herstellen, beteren

DE: gesund
EN: cured
ES: recuperado
FR: réparé

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
genezen
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik genees
jij geneest
hij geneest
wij genezen
jullie genezen
zij genezen
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb genezen
jij hebt genezen
hij heeft genezen
wij hebben genezen
jullie hebben genezen
zij hebben genezen
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik genas
jij genas
hij genas
wij genazen
jullie genazen
zij genazen
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had genezen
jij had genezen
hij had genezen
wij hadden genezen
jullie hadden genezen
zij hadden genezen
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal genezen
jij zult genezen
hij zal genezen
wij zullen genezen
jullie zullen genezen
zij zullen genezen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal genezen hebben
jij zult genezen hebben
hij zal genezen hebben
wij zullen genezen hebben
jullie zullen genezen hebben
zij zullen genezen hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou genezen
jij zou genezen
hij zou genezen
wij zouden genezen
jullie zouden genezen
zij zouden genezen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou genezen hebben
jij zou genezen hebben
hij zou genezen hebben
wij zouden genezen hebben
jullie zouden genezen hebben
zij zouden genezen hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
genees

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/genezen

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English