NL: gedijenSynoniemen: bloeien, tieren, toenemen, wassen, vermeerderen, stijgen, opzetten, omhooggaan, groeien, aanzwellen, aanwinnen, aanwassen, aangroeien
DE: gedeihen
EN: prosper, thrive, grow
ES: florecer, medrar
FR: pousser, croître, prospérer
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gedijd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik gedij jij gedijt hij gedijt wij gedijen jullie gedijen zij gedijen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gedijd jij hebt gedijd hij heeft gedijd wij hebben gedijd jullie hebben gedijd zij hebben gedijd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik gedijde jij gedijde hij gedijde wij gedijden jullie gedijden zij gedijden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gedijd jij had gedijd hij had gedijd wij hadden gedijd jullie hadden gedijd zij hadden gedijd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal gedijen jij zult gedijen hij zal gedijen wij zullen gedijen jullie zullen gedijen zij zullen gedijen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gedijd hebben jij zult gedijd hebben hij zal gedijd hebben wij zullen gedijd hebben jullie zullen gedijd hebben zij zullen gedijd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou gedijen jij zou gedijen hij zou gedijen wij zouden gedijen jullie zouden gedijen zij zouden gedijen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gedijd hebben jij zou gedijd hebben hij zou gedijd hebben wij zouden gedijd hebben jullie zouden gedijd hebben zij zouden gedijd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
gedij
|