NL: favoriseren U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gefavoriseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik favoriseer jij favoriseert hij favoriseert wij favoriseren jullie favoriseren zij favoriseren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gefavoriseerd jij hebt gefavoriseerd hij heeft gefavoriseerd wij hebben gefavoriseerd jullie hebben gefavoriseerd zij hebben gefavoriseerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik favoriseerde jij favoriseerde hij favoriseerde wij favoriseerden jullie favoriseerden zij favoriseerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gefavoriseerd jij had gefavoriseerd hij had gefavoriseerd wij hadden gefavoriseerd jullie hadden gefavoriseerd zij hadden gefavoriseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal favoriseren jij zult favoriseren hij zal favoriseren wij zullen favoriseren jullie zullen favoriseren zij zullen favoriseren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gefavoriseerd hebben jij zult gefavoriseerd hebben hij zal gefavoriseerd hebben wij zullen gefavoriseerd hebben jullie zullen gefavoriseerd hebben zij zullen gefavoriseerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou favoriseren jij zou favoriseren hij zou favoriseren wij zouden favoriseren jullie zouden favoriseren zij zouden favoriseren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gefavoriseerd hebben jij zou gefavoriseerd hebben hij zou gefavoriseerd hebben wij zouden gefavoriseerd hebben jullie zouden gefavoriseerd hebben zij zouden gefavoriseerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
favoriseer
|