NL: faciliteren U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gefaciliteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik faciliteer jij faciliteert hij faciliteert wij faciliteren jullie faciliteren zij faciliteren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gefaciliteerd jij hebt gefaciliteerd hij heeft gefaciliteerd wij hebben gefaciliteerd jullie hebben gefaciliteerd zij hebben gefaciliteerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik faciliteerde jij faciliteerde hij faciliteerde wij faciliteerden jullie faciliteerden zij faciliteerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gefaciliteerd jij had gefaciliteerd hij had gefaciliteerd wij hadden gefaciliteerd jullie hadden gefaciliteerd zij hadden gefaciliteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal faciliteren jij zult faciliteren hij zal faciliteren wij zullen faciliteren jullie zullen faciliteren zij zullen faciliteren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gefaciliteerd hebben jij zult gefaciliteerd hebben hij zal gefaciliteerd hebben wij zullen gefaciliteerd hebben jullie zullen gefaciliteerd hebben zij zullen gefaciliteerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou faciliteren jij zou faciliteren hij zou faciliteren wij zouden faciliteren jullie zouden faciliteren zij zouden faciliteren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gefaciliteerd hebben jij zou gefaciliteerd hebben hij zou gefaciliteerd hebben wij zouden gefaciliteerd hebben jullie zouden gefaciliteerd hebben zij zouden gefaciliteerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
faciliteer
|