Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

faciliteren vervoegen




NL: faciliteren

U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gefaciliteerd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik faciliteer
jij faciliteert
hij faciliteert
wij faciliteren
jullie faciliteren
zij faciliteren
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gefaciliteerd
jij hebt gefaciliteerd
hij heeft gefaciliteerd
wij hebben gefaciliteerd
jullie hebben gefaciliteerd
zij hebben gefaciliteerd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik faciliteerde
jij faciliteerde
hij faciliteerde
wij faciliteerden
jullie faciliteerden
zij faciliteerden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gefaciliteerd
jij had gefaciliteerd
hij had gefaciliteerd
wij hadden gefaciliteerd
jullie hadden gefaciliteerd
zij hadden gefaciliteerd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal faciliteren
jij zult faciliteren
hij zal faciliteren
wij zullen faciliteren
jullie zullen faciliteren
zij zullen faciliteren
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gefaciliteerd hebben
jij zult gefaciliteerd hebben
hij zal gefaciliteerd hebben
wij zullen gefaciliteerd hebben
jullie zullen gefaciliteerd hebben
zij zullen gefaciliteerd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou faciliteren
jij zou faciliteren
hij zou faciliteren
wij zouden faciliteren
jullie zouden faciliteren
zij zouden faciliteren
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gefaciliteerd hebben
jij zou gefaciliteerd hebben
hij zou gefaciliteerd hebben
wij zouden gefaciliteerd hebben
jullie zouden gefaciliteerd hebben
zij zouden gefaciliteerd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
faciliteer

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/faciliteren

Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Duitse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Engelse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Franse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Spaanse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Vervoegen

avoir être willen send sein
© Mijnwoordenboek MMXI | Contact | Privacy | Vaakst vertaald