NL: decorerenSynoniemen: beschilderen, onderscheiden, ridderen, versieren, aankleden, opsmukken, opsieren
DE: decoreren (een onderscheidingsteken geven): dekorieren, unterscheiden, einen Orden verleihen, in den Ritterstand erheben, zum Ritter schlagen
EN: decoreren (een onderscheidingsteken geven): knight, decorate
ES: decoreren (een onderscheidingsteken geven): diferenciar, adornar, discernir, destacarse, decorar, calzar la espuela
FR: decoreren (een onderscheidingsteken geven): armer chevalier, distinguer, décorer, descerner, adouber, honorer de, recevoir chevalier
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gedecoreerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik decoreer jij decoreert hij decoreert wij decoreren jullie decoreren zij decoreren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gedecoreerd jij hebt gedecoreerd hij heeft gedecoreerd wij hebben gedecoreerd jullie hebben gedecoreerd zij hebben gedecoreerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik decoreerde jij decoreerde hij decoreerde wij decoreerden jullie decoreerden zij decoreerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gedecoreerd jij had gedecoreerd hij had gedecoreerd wij hadden gedecoreerd jullie hadden gedecoreerd zij hadden gedecoreerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal decoreren jij zult decoreren hij zal decoreren wij zullen decoreren jullie zullen decoreren zij zullen decoreren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gedecoreerd hebben jij zult gedecoreerd hebben hij zal gedecoreerd hebben wij zullen gedecoreerd hebben jullie zullen gedecoreerd hebben zij zullen gedecoreerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou decoreren jij zou decoreren hij zou decoreren wij zouden decoreren jullie zouden decoreren zij zouden decoreren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gedecoreerd hebben jij zou gedecoreerd hebben hij zou gedecoreerd hebben wij zouden gedecoreerd hebben jullie zouden gedecoreerd hebben zij zouden gedecoreerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
decoreer
|