NL: debatterenSynoniemen: discussiëren, discussiren
EN: debatteren (discussiëren): discuss, debate
FR: debatteren (discussiëren): discuter, débattre, argumenter
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gedebatteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik debatteer jij debatteert hij debatteert wij debatteren jullie debatteren zij debatteren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gedebatteerd jij hebt gedebatteerd hij heeft gedebatteerd wij hebben gedebatteerd jullie hebben gedebatteerd zij hebben gedebatteerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik debatteerde jij debatteerde hij debatteerde wij debatteerden jullie debatteerden zij debatteerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gedebatteerd jij had gedebatteerd hij had gedebatteerd wij hadden gedebatteerd jullie hadden gedebatteerd zij hadden gedebatteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal debatteren jij zult debatteren hij zal debatteren wij zullen debatteren jullie zullen debatteren zij zullen debatteren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gedebatteerd hebben jij zult gedebatteerd hebben hij zal gedebatteerd hebben wij zullen gedebatteerd hebben jullie zullen gedebatteerd hebben zij zullen gedebatteerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou debatteren jij zou debatteren hij zou debatteren wij zouden debatteren jullie zouden debatteren zij zouden debatteren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gedebatteerd hebben jij zou gedebatteerd hebben hij zou gedebatteerd hebben wij zouden gedebatteerd hebben jullie zouden gedebatteerd hebben zij zouden gedebatteerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
debatteer
|