NL: dammenDE: das Dame spielen
EN: the draughts
ES: el jugar a las damas
FR: le jeu de dames
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gedamd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik dam jij damt hij damt wij dammen jullie dammen zij dammen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gedamd jij hebt gedamd hij heeft gedamd wij hebben gedamd jullie hebben gedamd zij hebben gedamd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik damde jij damde hij damde wij damden jullie damden zij damden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gedamd jij had gedamd hij had gedamd wij hadden gedamd jullie hadden gedamd zij hadden gedamd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal dammen jij zult dammen hij zal dammen wij zullen dammen jullie zullen dammen zij zullen dammen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gedamd hebben jij zult gedamd hebben hij zal gedamd hebben wij zullen gedamd hebben jullie zullen gedamd hebben zij zullen gedamd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou dammen jij zou dammen hij zou dammen wij zouden dammen jullie zouden dammen zij zouden dammen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gedamd hebben jij zou gedamd hebben hij zou gedamd hebben wij zouden gedamd hebben jullie zouden gedamd hebben zij zouden gedamd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
dam
|