Werkwoord vervoegen

Typ een werkwoord in één van de talen NL, DE, EN, ES of FR.

Vervoeg

NL: chatten

U: Vervoeg zoals `jij`. Men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`.

Voltooid deelwoord
gechat

Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
ik chat
jij chat
hij chat
wij chatten
jullie chatten
zij chatten

Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
dat ik chat
dat jij chat
dat hij chat
dat wij chatten
dat jullie chatten
dat zij chatten

Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
ik heb gechat
jij hebt gechat
hij heeft gechat
wij hebben gechat
jullie hebben gechat
zij hebben gechat

Onvoltooid verleden tijd (ovt)
ik chatte
jij chatte
hij chatte
wij chatten
jullie chatten
zij chatten

Onvoltooid verleden tijd (ovt)
dat ik chatte
dat jij chatte
dat hij chatte
dat wij chatten
dat jullie chatten
dat zij chatten

Voltooid verleden tijd (vvt)
ik had gechat
jij had gechat
hij had gechat
wij hadden gechat
jullie hadden gechat
zij hadden gechat

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
ik zal chatten
jij zult chatten
hij zal chatten
wij zullen chatten
jullie zullen chatten
zij zullen chatten

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
ik zal gechat hebben
jij zult gechat hebben
hij zal gechat hebben
wij zullen gechat hebben
jullie zullen gechat hebben
zij zullen gechat hebben

Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
ik zou chatten
jij zou chatten
hij zou chatten
wij zouden chatten
jullie zouden chatten
zij zouden chatten

Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
ik zou gechat hebben
jij zou gechat hebben
hij zou gechat hebben
wij zouden gechat hebben
jullie zouden gechat hebben
zij zouden gechat hebben

Gebiedende wijs
chat


Voorbeelden

  1. Ze zou liever zinnen vertalen op Tatoeba, dan met mij te chatten.

Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden


Duitse werkwoorden


Engelse werkwoorden


Franse werkwoorden


Spaanse werkwoorden