Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

buigen vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: buigen
Synoniemen: bukken, knikken, krombuigen, krommen, toegeven, overhellen, hellen, aflopen, welven

DE: biegen, beugen, krümmen, umbiegen, verbiegen, krummbiegen
EN: bend, bow
ES: torcer
FR: fléchir, arquer, courber, cambrer, recourber, déjeter

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gebogen
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik buig
jij buigt
hij buigt
wij buigen
jullie buigen
zij buigen
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gebogen
jij hebt gebogen
hij heeft gebogen
wij hebben gebogen
jullie hebben gebogen
zij hebben gebogen
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik boog
jij boog
hij boog
wij bogen
jullie bogen
zij bogen
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gebogen
jij had gebogen
hij had gebogen
wij hadden gebogen
jullie hadden gebogen
zij hadden gebogen
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal buigen
jij zult buigen
hij zal buigen
wij zullen buigen
jullie zullen buigen
zij zullen buigen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gebogen hebben
jij zult gebogen hebben
hij zal gebogen hebben
wij zullen gebogen hebben
jullie zullen gebogen hebben
zij zullen gebogen hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou buigen
jij zou buigen
hij zou buigen
wij zouden buigen
jullie zouden buigen
zij zouden buigen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gebogen hebben
jij zou gebogen hebben
hij zou gebogen hebben
wij zouden gebogen hebben
jullie zouden gebogen hebben
zij zouden gebogen hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
buig

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/buigen

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English