NL: besodemieterenSynoniemen: afzetten, bedonderen, bedriegen, beduvelen, belazeren, misleiden, oplichten, zwendelen
EN: deceive, cheat, swindle, diddle, woodwink, hoodwink
FR: escroquer, décevoir, tromper, flouer, enjôler, duper, avoir, écorcher, étriller, faire le charlatan
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
besodemieterd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik besodemieter jij besodemietert hij besodemietert wij besodemieteren jullie besodemieteren zij besodemieteren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb besodemieterd jij hebt besodemieterd hij heeft besodemieterd wij hebben besodemieterd jullie hebben besodemieterd zij hebben besodemieterd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik besodemieterde jij besodemieterde hij besodemieterde wij besodemieterden jullie besodemieterden zij besodemieterden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had besodemieterd jij had besodemieterd hij had besodemieterd wij hadden besodemieterd jullie hadden besodemieterd zij hadden besodemieterd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal besodemieteren jij zult besodemieteren hij zal besodemieteren wij zullen besodemieteren jullie zullen besodemieteren zij zullen besodemieteren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal besodemieterd hebben jij zult besodemieterd hebben hij zal besodemieterd hebben wij zullen besodemieterd hebben jullie zullen besodemieterd hebben zij zullen besodemieterd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou besodemieteren jij zou besodemieteren hij zou besodemieteren wij zouden besodemieteren jullie zouden besodemieteren zij zouden besodemieteren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou besodemieterd hebben jij zou besodemieterd hebben hij zou besodemieterd hebben wij zouden besodemieterd hebben jullie zouden besodemieterd hebben zij zouden besodemieterd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
besodemieter
|