NL: besluitenSynoniemen: afmaken, behelzen, bepalen, beslissen, raadsbesluit, besluit
DE: beschließen, entscheiden, vereinbaren, bestimmen, schließen, halten, abmachen, aufhören, anhalten, beenden
EN: decide, terminate, come to an end, bring to a close, finish, stop, end, wind up
ES: decidir, terminar, concluir, decidirse a, acordar, convenir en, vencer, resolver, caducar, expirar
FR: décider, conclure, finir, arrêter, terminer, mettre fin à, stopper, prendre fin
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
besloten
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik besluit jij besluit hij besluit wij besluiten jullie besluiten zij besluiten
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb besloten jij hebt besloten hij heeft besloten wij hebben besloten jullie hebben besloten zij hebben besloten
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik besloot jij besloot hij besloot wij besloten jullie besloten zij besloten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had besloten jij had besloten hij had besloten wij hadden besloten jullie hadden besloten zij hadden besloten
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal besluiten jij zult besluiten hij zal besluiten wij zullen besluiten jullie zullen besluiten zij zullen besluiten
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal besloten hebben jij zult besloten hebben hij zal besloten hebben wij zullen besloten hebben jullie zullen besloten hebben zij zullen besloten hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou besluiten jij zou besluiten hij zou besluiten wij zouden besluiten jullie zouden besluiten zij zouden besluiten
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou besloten hebben jij zou besloten hebben hij zou besloten hebben wij zouden besloten hebben jullie zouden besloten hebben zij zouden besloten hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
besluit
|