NL: beroerenSynoniemen: aangrijpen, aanraken, aanroeren, raken, roeren, toucheren, aankomen, bewegen, treffen
DE: beroeren (in beweging brengen): bewegen, rühren, sich regen, in Bewegung bringen
EN: beroeren (in beweging brengen): move, put in motion, budge, set in motion, get going
ES: beroeren (in beweging brengen): moverse, manejar, poner en movimiento, revolver, maniobrar, despachar, remover, ir a pie
FR: beroeren (in beweging brengen): bouger, mettre en mouvement, se déplacer, remuer, actionner
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
beroerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik beroer jij beroert hij beroert wij beroeren jullie beroeren zij beroeren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb beroerd jij hebt beroerd hij heeft beroerd wij hebben beroerd jullie hebben beroerd zij hebben beroerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik beroerde jij beroerde hij beroerde wij beroerden jullie beroerden zij beroerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had beroerd jij had beroerd hij had beroerd wij hadden beroerd jullie hadden beroerd zij hadden beroerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal beroeren jij zult beroeren hij zal beroeren wij zullen beroeren jullie zullen beroeren zij zullen beroeren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal beroerd hebben jij zult beroerd hebben hij zal beroerd hebben wij zullen beroerd hebben jullie zullen beroerd hebben zij zullen beroerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou beroeren jij zou beroeren hij zou beroeren wij zouden beroeren jullie zouden beroeren zij zouden beroeren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou beroerd hebben jij zou beroerd hebben hij zou beroerd hebben wij zouden beroerd hebben jullie zouden beroerd hebben zij zouden beroerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
beroer
|