NL: beherenSynoniemen: administreren, besturen, rantsoeneren, exploiteren
DE: beheren (administreren): verwalten, bewirtschaften, administrieren
EN: beheren (administreren): administer, manage, run
ES: beheren (administreren): gestionar, administrar
FR: beheren (administreren): gérer, administrer, diriger
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
beheerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik beheer jij beheert hij beheert wij beheren jullie beheren zij beheren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb beheerd jij hebt beheerd hij heeft beheerd wij hebben beheerd jullie hebben beheerd zij hebben beheerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik beheerde jij beheerde hij beheerde wij beheerden jullie beheerden zij beheerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had beheerd jij had beheerd hij had beheerd wij hadden beheerd jullie hadden beheerd zij hadden beheerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal beheren jij zult beheren hij zal beheren wij zullen beheren jullie zullen beheren zij zullen beheren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal beheerd hebben jij zult beheerd hebben hij zal beheerd hebben wij zullen beheerd hebben jullie zullen beheerd hebben zij zullen beheerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou beheren jij zou beheren hij zou beheren wij zouden beheren jullie zouden beheren zij zouden beheren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou beheerd hebben jij zou beheerd hebben hij zou beheerd hebben wij zouden beheerd hebben jullie zouden beheerd hebben zij zouden beheerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
beheer
|