Werkwoord vervoegen

Typ een werkwoord in één van de talen NL, DE, EN, ES of FR.

Vervoeg

NL: beheren

U: Vervoeg zoals `jij`. Men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`.

Voltooid deelwoord
beheerd

Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
ik beheer
jij beheert
hij beheert
wij beheren
jullie beheren
zij beheren

Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
dat ik beheer
dat jij beheert
dat hij beheert
dat wij beheren
dat jullie beheren
dat zij beheren

Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
ik heb beheerd
jij hebt beheerd
hij heeft beheerd
wij hebben beheerd
jullie hebben beheerd
zij hebben beheerd

Onvoltooid verleden tijd (ovt)
ik beheerde
jij beheerde
hij beheerde
wij beheerden
jullie beheerden
zij beheerden

Onvoltooid verleden tijd (ovt)
dat ik beheerde
dat jij beheerde
dat hij beheerde
dat wij beheerden
dat jullie beheerden
dat zij beheerden

Voltooid verleden tijd (vvt)
ik had beheerd
jij had beheerd
hij had beheerd
wij hadden beheerd
jullie hadden beheerd
zij hadden beheerd

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
ik zal beheren
jij zult beheren
hij zal beheren
wij zullen beheren
jullie zullen beheren
zij zullen beheren

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
ik zal beheerd hebben
jij zult beheerd hebben
hij zal beheerd hebben
wij zullen beheerd hebben
jullie zullen beheerd hebben
zij zullen beheerd hebben

Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
ik zou beheren
jij zou beheren
hij zou beheren
wij zouden beheren
jullie zouden beheren
zij zouden beheren

Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
ik zou beheerd hebben
jij zou beheerd hebben
hij zou beheerd hebben
wij zouden beheerd hebben
jullie zouden beheerd hebben
zij zouden beheerd hebben

Gebiedende wijs
beheer


Voorbeelden

  1. Der Park beherbergt auch eine der spektakulärsten Landschaften der Welt
  2. Op basis van het Schuman-plan ondertekenen zes landen een verdrag om hun zware industrieën - kolen en staal - gemeenschappelijk te beheren
  3. De EU voert het " gemeenschappelijk landbouwbeleid " in, waardoor de landen gezamenlijk de voedselproductie gaan beheren
  4. De Brusselse gemeenten worden vaak met de vinger gewezen, omdat ze hun financiën slecht zouden beheren en dringend hervormd zouden moeten worden.?
  5. een kapitaal aan materiaal beheren
  6. Hij kan zijn eigen familie niet beheren, laat staan een natie!

Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden


Duitse werkwoorden


Engelse werkwoorden


Franse werkwoorden


Spaanse werkwoorden