MWB Online woordenboek
 

Vertalen

Woorden (Hoofdpagina)
Tekst
Vaakst vertaald

Ontspanning

Puzzelwoorden
Woordspellen
Rijmwoordenboek

Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

Spelling

Spellingalfabet
Goed en Fout
Spellingcontrole

Varia

Dialecten
Encyclopedie
Symbolen en ALT-codes
Tellen in andere talen
Themawoordenboeken
This site in English

Taalportalen

NL | DE | EN | ES | FR

De website

Partners | Contact | Privacy

Vervoegen: bannen

NL: bannen
DE: bannen

NL: bannen
DE: verbannen, des Landes verweisen, exilieren, ins Exil schicken, in die Verbannung schicken
Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gebannen
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik ban
jij bant
hij bant
wij bannen
jullie bannen
zij bannen
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gebannen
jij hebt gebannen
hij heeft gebannen
wij hebben gebannen
jullie hebben gebannen
zij hebben gebannen
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik bande
jij bande
hij bande
wij banden
jullie banden
zij banden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gebannen
jij had gebannen
hij had gebannen
wij hadden gebannen
jullie hadden gebannen
zij hadden gebannen
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal bannen
jij zult bannen
hij zal bannen
wij zullen bannen
jullie zullen bannen
zij zullen bannen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gebannen hebben
jij zult gebannen hebben
hij zal gebannen hebben
wij zullen gebannen hebben
jullie zullen gebannen hebben
zij zullen gebannen hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou bannen
jij zou bannen
hij zou bannen
wij zouden bannen
jullie zouden bannen
zij zouden bannen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gebannen hebben
jij zou gebannen hebben
hij zou gebannen hebben
wij zouden gebannen hebben
jullie zouden gebannen hebben
zij zouden gebannen hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
ban


DE: bannen
Synoniemen: verbannen, des Landes verweisen, exilieren, ins Exil schicken, in die Verbannung schicken
Partizip Perfekt & Präsens
`Hij is gekomen` = voltooid deelwoord (Partizip II)
`komend` = tegenwoordig deelwoord (Partizip I)
gebannt
bannend
Indikativ Präsens
der Indikativ = aantonende wijs
ich banne
du bannst
er bannt
wir bannen
ihr bannt
sie; Sie bannen
Indikativ Perfekt
der Indikativ = aantonende wijs
ich habe gebannt
du hast gebannt
er hat gebannt
wir haben gebannt
ihr habt gebannt
sie; Sie haben gebannt
Indikativ Präteritum
der Indikativ = aantonende wijs
ich bannte
du banntest
er bannte
wir bannten
ihr banntet
sie; Sie bannten
Indikativ Plusquamperfekt
der Indikativ = aantonende wijs
ich hatte gebannt
du hattest gebannt
er hatte gebannt
wir hatten gebannt
ihr hattet gebannt
sie; Sie hatten gebannt
Indikativ Futur I
der Indikativ = aantonende wijs
ich werde bannen
du wirst bannen
er wird bannen
wir werden bannen
ihr werdet bannen
sie; Sie werden bannen
Indikativ Futur II
der Indikativ = aantonende wijs
ich werde gebannt haben
du wirst gebannt haben
er wird gebannt haben
wir werden gebannt haben
ihr werdet gebannt haben
sie; Sie werden gebannt haben
Konjunktiv I Präsens
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich banne
du bannest
er banne
wir bannen
ihr bannet
sie; Sie bannen
Konjunktiv I Perfekt
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich habe gebannt
du habest gebannt
er habe gebannt
wir haben gebannt
ihr habet gebannt
sie; Sie haben gebannt
Konjunktiv II Präsens
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich bannte
du banntest
er bannte
wir bannten
ihr banntet
sie; Sie bannten
Konjunktiv II Perfekt
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich hätte gebannt
du hättest gebannt
er hätte gebannt
wir hätten gebannt
ihr hättet gebannt
sie; Sie hätten gebannt
Konjunktiv II Futur I
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich würde bannen
du würdest bannen
er würde bannen
wir würden bannen
ihr würdet bannen
sie; Sie würden bannen
Konjunktiv II Futur II
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich würde gebannt haben
du würdest gebannt haben
er würde gebannt haben
wir würden gebannt haben
ihr würdet gebannt haben
sie; Sie würden gebannt haben
der Imperativ
der Imperativ = gebiedende wijs
du banne

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/bannen


Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Duitse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Engelse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Franse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Spaanse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Vertalingen & synoniemen Interglot Dictionary © Interglot 2007


Vervoeg

Typ een werkwoordsvorm in en klik op de `Vervoeg` knop.

Vertalen

Naar

Spelling (woord)

Vervoegen

Synoniemen

Werkwoord vervoegen

Van Dale taalweb
© Mijnwoordenboek 2008