Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

afstuderen vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: afstuderen
Synoniemen: afgestudeerd

DE: seine Studium vollenden
EN: graduate, take one's degree, finish one's studies
ES: graduarse, acabar los estudios, doctorarse
FR: terminer ses études, achever ses études, passer son doctorat, conférer le grade de docteur

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
afgestudeerd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik studeer af
jij studeert af
hij studeert af
wij studeren af
jullie studeren af
zij studeren af
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb afgestudeerd
jij hebt afgestudeerd
hij heeft afgestudeerd
wij hebben afgestudeerd
jullie hebben afgestudeerd
zij hebben afgestudeerd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik studeerde af
jij studeerde af
hij studeerde af
wij studeerden af
jullie studeerden af
zij studeerden af
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had afgestudeerd
jij had afgestudeerd
hij had afgestudeerd
wij hadden afgestudeerd
jullie hadden afgestudeerd
zij hadden afgestudeerd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal afstuderen
jij zult afstuderen
hij zal afstuderen
wij zullen afstuderen
jullie zullen afstuderen
zij zullen afstuderen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal afgestudeerd hebben
jij zult afgestudeerd hebben
hij zal afgestudeerd hebben
wij zullen afgestudeerd hebben
jullie zullen afgestudeerd hebben
zij zullen afgestudeerd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou afstuderen
jij zou afstuderen
hij zou afstuderen
wij zouden afstuderen
jullie zouden afstuderen
zij zouden afstuderen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou afgestudeerd hebben
jij zou afgestudeerd hebben
hij zou afgestudeerd hebben
wij zouden afgestudeerd hebben
jullie zouden afgestudeerd hebben
zij zouden afgestudeerd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
studeer af

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/afstuderen

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English