NL: afstuderenSynoniemen: afgestudeerd
DE: seine Studium vollenden
EN: graduate, take one's degree, finish one's studies
ES: graduarse, acabar los estudios, doctorarse
FR: terminer ses études, achever ses études, passer son doctorat, conférer le grade de docteur
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
afgestudeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik studeer af jij studeert af hij studeert af wij studeren af jullie studeren af zij studeren af
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb afgestudeerd jij hebt afgestudeerd hij heeft afgestudeerd wij hebben afgestudeerd jullie hebben afgestudeerd zij hebben afgestudeerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik studeerde af jij studeerde af hij studeerde af wij studeerden af jullie studeerden af zij studeerden af
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had afgestudeerd jij had afgestudeerd hij had afgestudeerd wij hadden afgestudeerd jullie hadden afgestudeerd zij hadden afgestudeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal afstuderen jij zult afstuderen hij zal afstuderen wij zullen afstuderen jullie zullen afstuderen zij zullen afstuderen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal afgestudeerd hebben jij zult afgestudeerd hebben hij zal afgestudeerd hebben wij zullen afgestudeerd hebben jullie zullen afgestudeerd hebben zij zullen afgestudeerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou afstuderen jij zou afstuderen hij zou afstuderen wij zouden afstuderen jullie zouden afstuderen zij zouden afstuderen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou afgestudeerd hebben jij zou afgestudeerd hebben hij zou afgestudeerd hebben wij zouden afgestudeerd hebben jullie zouden afgestudeerd hebben zij zouden afgestudeerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
studeer af
|