NL: aanstaanSynoniemen: behagen, draaien, goeddunken, openstaan, zinnen, bevallen, believen, plezieren, gelieven, conveniëren
DE: aanstaan (behagen): gefallen
EN: aanstaan (behagen): please, enjoy, suit, pleasures, love
ES: aanstaan (behagen): gustar, dar gusto, agradar
FR: aanstaan (behagen): plaire, flirter, faire la coquette, faire plaisir à, coqueter
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
aangestaan
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik sta aan jij staat aan hij staat aan wij staan aan jullie staan aan zij staan aan
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb aangestaan jij hebt aangestaan hij heeft aangestaan wij hebben aangestaan jullie hebben aangestaan zij hebben aangestaan
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik stond aan jij stond aan hij stond aan wij stonden aan jullie stonden aan zij stonden aan
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had aangestaan jij had aangestaan hij had aangestaan wij hadden aangestaan jullie hadden aangestaan zij hadden aangestaan
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal aanstaan jij zult aanstaan hij zal aanstaan wij zullen aanstaan jullie zullen aanstaan zij zullen aanstaan
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal aangestaan hebben jij zult aangestaan hebben hij zal aangestaan hebben wij zullen aangestaan hebben jullie zullen aangestaan hebben zij zullen aangestaan hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou aanstaan jij zou aanstaan hij zou aanstaan wij zouden aanstaan jullie zouden aanstaan zij zouden aanstaan
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou aangestaan hebben jij zou aangestaan hebben hij zou aangestaan hebben wij zouden aangestaan hebben jullie zouden aangestaan hebben zij zouden aangestaan hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
sta aan
|