NL: aandurvenSynoniemen: durven, tarten, wagen
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
aangedurfd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik durf aan jij durft aan hij durft aan wij durven aan jullie durven aan zij durven aan
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb aangedurfd jij hebt aangedurfd hij heeft aangedurfd wij hebben aangedurfd jullie hebben aangedurfd zij hebben aangedurfd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik dorst aan; durfde aan jij dorst aan; durfde aan hij dorst aan; durfde aan wij dorsten aan; durfden aan jullie dorsten aan; durfden aan zij dorsten aan; durfden aan
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had aangedurfd jij had aangedurfd hij had aangedurfd wij hadden aangedurfd jullie hadden aangedurfd zij hadden aangedurfd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal aandurven jij zult aandurven hij zal aandurven wij zullen aandurven jullie zullen aandurven zij zullen aandurven
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal aangedurfd hebben jij zult aangedurfd hebben hij zal aangedurfd hebben wij zullen aangedurfd hebben jullie zullen aangedurfd hebben zij zullen aangedurfd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou aandurven jij zou aandurven hij zou aandurven wij zouden aandurven jullie zouden aandurven zij zouden aandurven
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou aangedurfd hebben jij zou aangedurfd hebben hij zou aangedurfd hebben wij zouden aangedurfd hebben jullie zouden aangedurfd hebben zij zouden aangedurfd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
durf aan
|