Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

aanblazen vervoegen




NL: aanblazen
Synoniemen: aanstoken, aanwakkeren, opstoken, stoken, ontsteken, poken, oppoken

EN: blow the fire, fan a flame
FR: aviver, agacer, inciter à, semer la discorde, énerver, encourager, activer, exciter, attiser, ranimer, ameuter, tisonner, exciter à

U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
aangeblazen
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik blaas aan
jij blaast aan
hij blaast aan
wij blazen aan
jullie blazen aan
zij blazen aan
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb aangeblazen
jij hebt aangeblazen
hij heeft aangeblazen
wij hebben aangeblazen
jullie hebben aangeblazen
zij hebben aangeblazen
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik blies aan
jij blies aan
hij blies aan
wij bliezen aan
jullie bliezen aan
zij bliezen aan
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had aangeblazen
jij had aangeblazen
hij had aangeblazen
wij hadden aangeblazen
jullie hadden aangeblazen
zij hadden aangeblazen
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal aanblazen
jij zult aanblazen
hij zal aanblazen
wij zullen aanblazen
jullie zullen aanblazen
zij zullen aanblazen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal aangeblazen hebben
jij zult aangeblazen hebben
hij zal aangeblazen hebben
wij zullen aangeblazen hebben
jullie zullen aangeblazen hebben
zij zullen aangeblazen hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou aanblazen
jij zou aanblazen
hij zou aanblazen
wij zouden aanblazen
jullie zouden aanblazen
zij zouden aanblazen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou aangeblazen hebben
jij zou aangeblazen hebben
hij zou aangeblazen hebben
wij zouden aangeblazen hebben
jullie zouden aangeblazen hebben
zij zouden aangeblazen hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
blaas aan

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/aanblazen

Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Duitse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Engelse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Franse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Spaanse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Vervoegen

avoir être willen send sein
© Mijnwoordenboek MMXI | Contact | Privacy | Vaakst vertaald