Vind een (dialect)woord

Toon woorden

Op de kaart

Op deze kaart staan 20 dialectwoorden voor `slepen`. Zoom in of verschuif de map om ze beter te zien. Klik op een woord om de naam van het dialect te zien.
Hier zijn 10 willekeurige andere dialectwoorden : luierik (51x) : echtgenoot (33x) : koningin (40x) : gat (83x) : hoofd (208x) : kruis (61x) : Spatten (32x) : huizen (31x) : goochelen (24x) : parfum (35x)



21 vertalingen voor het Nederlandse woord `slepen`

  1. slepen = sleep'n (Westerkwartiers)
  2. slepen = sleepe (Bilzers)
  3. slepen = sleipe (Mestreechs)
  4. slepen = slierten (Giethoorns)
  5. slepen = slüp'n (Achterhoeks)
  6. Slepen = Sleipe (Zurriks)
  7. slepen = sleipen (Sevenums)
  8. slepen = sleupe (Hoevelaoks)
  9. slepen = sleipe (Kinroois)
  10. slepen = sleupen, sleupun (Lunters)
  11. slepen = sleippe (Opglabbeeks)
  12. slepen = sleipe (Hunsels)
  13. slepen = sleupen (Betuws)
  14. slepen = sleppn (Vechtdals)
  15. Slepen = Slöppe (Liemers)
  16. slepen = släope (Kanners)
  17. slepen = sjörge (Hulsbergs)
  18. Slepen = Sleup'n (Hierdens)
  19. slepen = slupen (Huizers)
  20. slepen = slijpe (Neerharens)
  21. slepen = sleipe (ww) sleipe - gesleiptj (Heitsers)


2 vertalingen voor het dialectwoord `slepen`

  1. slepen = voorttrekken (Sint-Niklaas)
  2. slépen = slapen (Zeeuws)