Vind een (dialect)woord

Toon woorden

Op de kaart

Op deze kaart staan 17 dialectwoorden voor `Aansteller`. Zoom in of verschuif de map om ze beter te zien. Klik op een woord om de naam van het dialect te zien.
Hier zijn 10 willekeurige andere dialectwoorden : afwas (31x) : blazen (68x) : buikloop (30x) : zweer (39x) : spatbord (56x) : kletsen (96x) : Roomboter (41x) : weduwe (69x) : hesp (55x) : de (40x)



23 vertalingen voor het Nederlandse woord `Aansteller`

  1. aansteller = djiste, pretensjeu (Kortemarks)
  2. aansteller = jan-m'n-kloête (Bilzers)
  3. aansteller = kemédiemaoker, aanstelluh (Utrechts)
  4. aansteller = kunstemaeker (Sevenums)
  5. aansteller = blageur, stoefer (Antwerps)
  6. aansteller = koomoosse / een bloize (Lochristis)
  7. aansteller = piepert (Deventers)
  8. Aansteller = Floaëzje, bajaar, kommoosje, blageur (Lokers)
  9. aansteller = drel (Kinroois)
  10. aansteller = gaatsnieer (Limburgs)
  11. aansteller = ' ne gruuëtse zeîker (Weerts)
  12. aansteller = opsjûpper (Bilzers)
  13. aansteller = oansteller, oanstelder (Fries)
  14. aansteller = gen eukstamper (Tilburgs)
  15. aansteller = blageur, blaage (Gents)
  16. aansteller = zjestepee (Ninoofs)
  17. aansteller = potstuk (Gastels)
  18. aansteller = jolkadei (Tiens)
  19. aansteller = karottentrekker, karotjee (medisch); sjiekee (bij sporten) (Wichels)
  20. aansteller = zjestbol (Neerpelts)
  21. aansteller = prejan (Hamonter)
  22. aansteller = sjowbieëste (Kaprijks)
  23. aansteller = prejan (Achels)