Vind een (dialect)woord

Toon woorden

Op de kaart

Op deze kaart staan 19 dialectwoorden voor `klein persoon`. Zoom in of verschuif de map om ze beter te zien. Klik op een woord om de naam van het dialect te zien.
Hier zijn 10 willekeurige andere dialectwoorden : naaister (35x) : armen (27x) : boontjes (23x) : bot (32x) : honger (34x) : paling (80x) : laag (45x) : handen (138x) : fazant (21x) : Goedemorgen (40x)



25 vertalingen voor het Nederlandse woord `klein persoon`

  1. klein persoon = grondsmokske (Antwerps)
  2. klein persoon = kroeëkestöpke, knaûwel (Weerts)
  3. klein persoon = 'n gatvlie.g (Genneps)
  4. klein persoon = porrewortel (Eibergs)
  5. klein persoon = urtje (Westfries)
  6. klein persoon = schiet-iele (Zeeuws)
  7. klein persoon = schietertje (Zeeuws)
  8. klein persoon = kroekestop (Eksels)
  9. klein persoon = stoemper; stüm (p) ke (Bilzers)
  10. klein persoon = stoofhoutlangde; stoovoetlangde: kort, zoals een stukje stoofhout. Wordt spottend gezegd van kleine personen. Zie ook halve deur (Klemskerks)
  11. klein persoon = poepke boove d' eerde (Gents)
  12. Klein persoon = Unnen erpel (helmonds)
  13. klein persoon = kruppel (Eesjdens)
  14. klein persoon = knotske (Munsterbilzen - Minsters)
  15. klein persoon = poepke an d' erde (Oudenaards)
  16. Klein persoon = Urkedurker (Amsterdams)
  17. klein persoon = hottentot, hietepetiet, liliepuuter (Gents)
  18. klein persoon = knauwelke (Brees)
  19. klein persoon = iene dieje te kort afgezéögd es (Stals)
  20. klein persoon = pruts (West Zeeuws Vlaams)
  21. klein persoon = negejorreke (Booms)
  22. klein persoon = kroëkestop (Blericks)
  23. klein persoon = debber, debberke (Weerts)
  24. klein persoon = opdondertje (Bleiswijks)
  25. klein persoon = debberke (zn) (Heitsers)