Vertalingen causar ES>NL
causar
werkw.
acción producir u originar algo -
veroorzaken | causar el despido - het ontslag veroorzaken |
© K Dictionaries Ltd.Overige bronnen
| causar (ww.) | aandoen (ww.) ; aanleiding geven tot (ww.) ; aanrichten (ww.) ; aanstichten (ww.) ; berokkenen (ww.) ; losmaken (ww.) ; ophitsen (ww.) ; provoceren (ww.) ; teweegbrengen (ww.) ; toebrengen (ww.) ; uitdagen (ww.) ; uitlokken (ww.) ; veroorzaken (ww.) |
Bron: interglot
Voorbeeldzinnen met `causar`

Voorbeeldzinnen laden....
Synoniemen
ES: afrontarES: animarES: armarES: atormentarES: chancearES: componerES: confeccionarES: darES: dar motivo paraES: desafiar