Vertaal
Naar andere talen: • stoppen > DEstoppen > ENstoppen > FR
Definities op Encyclo.nl: stoppen (13x)
Vertalingen stoppen NL>ES

stoppen

werkw.
Uitspraak:  [ˈstɔpə(n)]
Verbuigingen:  stopte (verl.tijd )

1) tot stilstand komen of brengen - parar(se) , detenerse
Verbuigingen:  is, heeft gestopt (volt.deelw.)
We zijn gestopt voor het rode stoplicht. - Nos detuvimos para el semáforo en rojo.
We hebben het proces gestopt. - Paramos el proceso.

2) ophouden met (iets) - dejar de
Verbuigingen:  is gestopt (volt.deelw.)
stoppen met roken - dejar de fumar
Ik ben gestopt met werken. - Dejé el trabajo.

3) (in een ruimte) doen - meter
Verbuigingen:  heeft gestopt (volt.deelw.)
je sleutels in je zak stoppen - meter las llaves en el bolsillo

4) (een gat of ruimte) vullen, ook specifiek met wollen draden dichtmaken - rellenar
Verbuigingen:  heeft gestopt (volt.deelw.)
een gat in je sok stoppen - zurcir un agujero en el calcetín
een pijp stoppen met tabak - cargar una pipa con tabaco

© K Dictionaries Ltd.

Overige bronnen
stoppen (ww.) llegar al fin (ww.) ; decidirse a (ww.) ; extinguirse (ww.) ; poner fin a una (ww.) ; encontrarse en la recta final (ww.) ; dejar (ww.) ; salir (ww.) ; abandonar (ww.) ; soltar (ww.) ; desprenderse (ww.) ; retirarse (ww.) ; desvincular (ww.) ; dejar de (ww.) ; desentenderse (ww.) ; salir de (ww.) ; quedar eliminado (ww.) ; desemprender (ww.) ; desenganchar (ww.) ; suspender (ww.) ; renunciar a (ww.) ; empatar (ww.) ; prescendir de (ww.) ; excretar (ww.) ; cerrar (ww.) ; tapar (ww.) ; cerrar herméticamente (ww.) ; apagar (ww.) ; desconectar (ww.) ; frenar (ww.) ; ocultar (ww.) ; zurcir (ww.) ; estreñir (ww.) ; taponar (ww.) ; llenar con masilla (ww.) ; tapar huecos (ww.) ; enmasillar (ww.) ; parar (ww.) ; no seguir (ww.) ; pararse (ww.) ; detenerse (ww.) ; quedarse quieto (ww.) ; estar inmóvil (ww.) ; quedarse en su lugar (ww.) ; llegar (ww.) ; acabar (ww.) ; terminar (ww.) ; realizar (ww.) ; vencer (ww.) ; decidir (ww.) ; completar (ww.) ; finalizar (ww.) ; efectuar (ww.) ; concluir (ww.) ; acabar de (ww.) ; dar fin a (ww.) ; poner término a (ww.) ; expirar (ww.) ; poner fin a (ww.) ; acabar con una (ww.) ; ultimar (ww.) ; dar fin a una (ww.) ; poner término a una (ww.)
het stoppenla parada (v) ; el obturar (m)
stoppen retirada del fármaco ; detener ; parar ; obturación ; taponamiento ; esmerilado del cierre ; paso por batán ; selección ; emplastecer
Bronnen: interglot; Engoi Woordenschatoefeningen; Download IATE, European Union, 2017.

Voorbeeldzinnen met `stoppen`
Voorbeeldzinnen laden....


Synoniemen
NL: afhaken
NL: afremmen
NL: dichtstoppen
NL: halt houden
NL: halthouden
NL: opgeven
NL: opvullen
NL: plaatsen
NL: stilzetten
NL: stopzetten



Download de Android App
Download de IOS App