Vind een (dialect)woord

Toon woorden

Op de kaart

Op deze kaart staan 17 dialectwoorden voor `maandstonden`. Zoom in of verschuif de map om ze beter te zien. Klik op een woord om de naam van het dialect te zien.
Hier zijn 10 willekeurige andere dialectwoorden : voor (147x) : laag (45x) : zult (26x) : houden (65x) : pissebed (110x) : klungelen (31x) : zaad (49x) : beter (40x) : draad (58x) : fatsoenlijk (25x)



22 vertalingen voor het Nederlandse woord `maandstonden`

  1. maandstonden = bucht (Kortemarks)
  2. maandstonden = de roee vlag angtuit (Hams)
  3. maandstonden = de russen zijn geland (Hams)
  4. maandstonden = reegels; kloemmel (Bilzers)
  5. maandstonden = veranderinge, brol, tante marie (Zottegems)
  6. maandstonden = ze zit er weera mee (Hams)
  7. maandstonden = bucht (roeselaars)
  8. maandstonden = de weeke (iepers)
  9. maandstonden = brol (Deinzes)
  10. maandstonden = klommel, mërie, (Hoeselts)
  11. Maandstonden = Vodden (Koersels)
  12. maandstonden = kloemel (Bilzers)
  13. maandstonden = kloemmel (Bilzers)
  14. Maandstonden = regels, bucht, de rouoe vlagge ank't ut (Menens)
  15. maandstonden = kloemel (Munsterbilzen - Minsters)
  16. maandstonden = regels; de bloedkoesj (Ninoofs)
  17. maandstonden = kloemmel (Munsterbilzen - Minsters)
  18. maandstonden = a klorre (Londerzeels)
  19. maandstonden = de prul (Munsterbilzen - Minsters)
  20. maandstonden = boel (Kaprijks)
  21. maandstonden = reels (Kaprijks)
  22. maandstonden = vodd'n (Lebbeeks)