Vertaal
Naar andere talen: • pas > DEpas > ENpas > ES
Definities op Encyclo.nl: Pas (22x)
Vertalingen pas NL>FR

I de pas

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [pɑs]
Verbuigingen:  -sen (meerv.)

1) stap - pas (le ~)
kleine pasjes nemen - faire de petits pas
uitdrukking pas op de plaats maken

2) officieel bewijs dat je bent wie je bent, meestal met een pasfoto erop - passeport (le ~), carte (le ~)
paspoort - passeport
bankpasje - carte bancaire
bezoekerspas - laissez-passer

3) deel van de uitdrukking: -
uitdrukking Dat geeft geen pas!

4) deel van de uitdrukking: -
uitdrukking van pas komen


II pas

bijwoord
Uitspraak:  [pɑs]

1) onlangs - tout récemment
pas geverfd - fraîchement peint

2) niet eerder of groter, of meer dan... - ne... que
het toernooi is pas volgende week - le tournoi n'aura lieu que la semaine prochaine / le tournoi aura seulement lieu la semaine prochaine
Ze zijn pas twee weken getrouwd. - Ils ne sont mariés que depuis quinze jours.
[pɑs]
[mv: passen]

1 stap - pas (le ~(m))

  `kleine pasjes nemen`
  faire des petits pas

  pas op de plaats maken
   (= niet verder komen) - faire du sur-place



2 officieel bewijs dat je bent wie je bent, meestal met een pasfoto erop


paspoort

passeport (le ~(m))

bankpasje enz.

carte (le ~(m))

  `paspoort`
  passeport

  `bankpasje`
  carte bancaire

  `bezoekerspas`
  laissez-passer



3
  Dat geeft geen pas!
dat hoort niet - Cela ne se fait pas!



4
  van pas komen
op het juiste moment beschikbaar zijn - tomber à point nommé

[pɑs]

1 ( kortgeleden) onlangs - tout récemment

  `pas geverfd`
  fraîchement peint



2 niet eerder of groter, of meer dan... - ne... que

  `het toernooi is pas volgende week`
  le tournoi n'aura lieu que la semaine prochaine / le tournoi aura seulement lieu la semaine prochaine

  `Ze zijn pas twee weken getrouwd.`
  Ils ne sont mariés que depuis quinze jours.

[pɑs]
[mv: passen]

1 stap - pas (le ~(m))

  `kleine pasjes nemen`
  faire des petits pas

  pas op de plaats maken
   (= niet verder komen) - faire du sur-place



2 officieel bewijs dat je bent wie je bent, meestal met een pasfoto erop


paspoort

passeport (le ~(m))

bankpasje enz.

carte (le ~(m))

  `paspoort`
  passeport

  `bankpasje`
  carte bancaire

  `bezoekerspas`
  laissez-passer



3
  Dat geeft geen pas!
dat hoort niet - Cela ne se fait pas!



4
  van pas komen
op het juiste moment beschikbaar zijn - tomber à point nommé


© K Dictionaries Ltd.

Overige bronnen
pas (znw.) passeport (m) ; permission (v) ; carte (v) ; carte bancaire (v)
de pas col (m)
pas pas ; permis ; juste
PAS (Afkorting) PAS (Afkorting)
pas laissez-passer
Bronnen: interglot; Download IATE, European Union, 2017.


Voorbeeldzinnen met `pas`
Voorbeeldzinnen laden....


Synoniemen
NL: aanstonds
NL: bankpas
NL: bergpas
NL: betaalpas
NL: daarnet
NL: daarstraks
NL: dadelijk
NL: identiteitsbewijs
NL: juist
NL: kortelings

Uitdrukkingen en gezegdes
NL: uit de pas (marcheren)! FR: sans cadence ..., marche!
NL: uit de pas raken FR: perdre le pas
NL: pas op de plaats maken, de pas markeren FR: piétiner, marquer le pas
NL: bij iemand in de pas komen FR: gagner les bonnes grâces de quelqu'un
NL: te pas brengen FR: placer en temps utile, servir
NL: te pas komen FR: pouvoir servir
NL: niet te pas komen FR: ne pas convenir
NL: juist van pas komen FR: tomber bien
NL: van pas maken FR: ajuster
NL: pas geverfd FR: peinture fraîche
NL: hij is pas aangekomen FR: il vient d'arriver
NL: zij komt pas om 6 uur FR: elle n'arrive qu'à  six heures

Staat je antwoord er niet bij of heb je een vraag waarbij het vertaalwoordenboek geen hulp kan bieden? Vraag het dan op `Vertaalhulp`
Download de Android App
Download de IOS App