Vind een (dialect)woord

Toon woorden

Op de kaart

Op deze kaart staan 21 dialectwoorden voor `aantrekken`. Zoom in of verschuif de map om ze beter te zien. Klik op een woord om de naam van het dialect te zien.
Hier zijn 10 willekeurige andere dialectwoorden : gescheiden (28x) : gulp (58x) : onzin (124x) : pantoffel (68x) : Sufferd (55x) : jeuken (39x) : het (112x) : langzaam (28x) : oven (30x) : hoek (41x)



23 vertalingen voor het Nederlandse woord `aantrekken`

  1. aantrekken = antrekken (Westfries)
  2. aantrekken = aondoen (van kleer) (Munsterbilzen - Minsters)
  3. aantrekken = aandoon (Venloos)
  4. aantrekken = aandouën (Hasselts)
  5. aantrekken = aanschieten (Antwerps)
  6. aantrekken = aantrekke (Venloos)
  7. aantrekken = anstroppn (Kortemarks)
  8. aantrekken = antorne (Westfries)
  9. aantrekken = antrekke (Ouddorps)
  10. aantrekken = aondoen (Mestreechs)
  11. aantrekken = aondoên (Bilzers)
  12. aantrekken = aôntrekke (Budels)
  13. aantrekken = oeëndoen (Ninoofs)
  14. aantrekken = sjarmeeren (Giesbaargs)
  15. aantrekken = ankrĭeg' n (Epers)
  16. aantrekken = antrekken (Epers)
  17. aantrekken = antiegen (Achterhoeks)
  18. aantrekken = aontrekke (Betuws)
  19. aantrekken = oanlûke, oanlokje, oandwaan (Fries)
  20. aantrekken = àntrekke (Wells)
  21. Aantrekken = Aonschiete (Zevenbergs)
  22. aantrekken = oantrèkke. (Genker)
  23. aantrekken = oeëndoen (Meers)


1 vertalingen voor het dialectwoord `aantrekken`

  1. aantrekken = aankleden (Gronings)