Vertaal
Naar andere talen: • maat > DEmaat > ENmaat > ES
Definities op Encyclo.nl: maat (26x)
Vertalingen maat NL>FR

I de maat

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [mat]
Verbuigingen:  maten (meerv.)

iemand met wie je iets samen doet of met wie je bevriend bent - camarade (le/la ~)
met een stel maten naar het café - au café, avec une bande de copains
Mijn maat hield de ladder vast en ik klom naar boven. - Mon collègue tenait l'échelle et moi, je montais.


II maat

zelfst.naamw.
Verbuigingen:  maten (meerv.)

1) eenheid waarmee je de grootte van iets aangeeft - mesure (la ~)
schoenmaat - pointure
inhoudsmaat - volume
uitdrukking De maat is vol!
uitdrukking in soorten en maten

2) deel van de uitdrukking: -
uitdrukking met twee maten meten
[mat]
[mv: maten]

1 iemand met wie je iets samen doet of met wie je bevriend bent - camarade
[kamaʀad] (le ~(m) en la ~(v))

  `met een stel maten naar het café`
  au café, avec une bande de copains

  `Mijn maat hield de ladder vast en ik klom naar boven.`
  Mon collègue tenait l'échelle et moi, je montais.


© K Dictionaries Ltd.

Overige bronnen
maat (m) mesure
de maat (v) grandeur
de maat (m) camarade ; petit ami (m) ; accompagnateur (m) ; ami (znw.) ; partenaire (m) ; dimension (v) ; la taille ; bonne amie (v) ; pointure (v) ; format (m) ; compagnon (m) ; pote (m) ; copain (m) ; mensuration (v) ; signification (v) ; direct (znw.) ; sens (m) ; mesurage (m)
maat veau ; boeuf ; dimension ; mesure ; taille
Bronnen: Horecagids; Diving dictionary; Wikipedia; interglot; Europakinderhulp; Download IATE, European Union, 2017.

Voorbeeldzinnen met `maat`
Voorbeeldzinnen laden....


Synoniemen
NL: afmeting
NL: breedte
NL: collega
NL: compaan
NL: compagnon
NL: dimensie
NL: eenheid
NL: formaat
NL: gabber
NL: gez

Uitdrukkingen en gezegdes
NL: maat houden FR: garder la mesure
NL: ik heb maat 42 FR: je chausse du 42
NL: ik heb maat 8 (van handschoen) FR: je gante du 8
NL: grote maten FR: grandes tailles
NL: welke maat hebt u? FR: quelle taille (of pointure) faites-vous?
NL: de maat hebben FR: avoir la taille requise
NL: maat houden FR: observer la mesure
NL: de maat nemen FR: prendre la mesure (à  quelqu'un)
NL: de maat overschrijden FR: dépasser la mesure
NL: de maat vol maken FR: combler la mesure
NL: bij de maat FR: à  la mesure
NL: naar de maat van FR: dans la mesure de
NL: onder de maat zijn FR: ne pas avoir la taille requise
NL: op de maat van de muziek lopen FR: marcher en mesure avec la musique
NL: tegen de maat in FR: à  contre-temps
NL: uit de maat raken FR: perdre la mesure, sortir de la mesure
NL: maten en gewichten FR: poids et mesures

Download de Android App
Download de IOS App