Vertaal
Naar andere talen: • instruct > DEinstruct > ESinstruct > FR
Vertalingen instruct EN>NL

1 to teach or train (a person in a subject or skill): “Girls as well as boys should be instructed in woodwork.”
onderwijzen

2 to order or direct (a person especially to do something): “He was instructed to come here at nine o'clock”
opdragen

in'struction (Zelfstandig naamwoord)

1 the act of instructing (especially in a school subject or a skill) or the process of being instructed: “She sometimes gives instruction in gymnastics.”
onderricht

2 an order or direction: “You must learn to obey instructions.”
bevel, aanwijzing

3 (in plural) (a book etc giving) directions, eg about the use of a machine etc: “Could I look at the instructions, please?”
gebruiksaanwijzing

in'structive (Bijvoeglijk naamwoord)

giving knowledge or information: “He gave an instructive talk about electrical repair work.”
leerzaam

in'structively (Bijwoord)

leerzaam

in'structiveness (Zelfstandig naamwoord)

leerzaamheid

in'structor (Zelfstandig naamwoord)

a person who gives instruction (in a skill etc): “a ski-instructor.”
instructeur
© K Dictionaries Ltd.

Ondersteuning bij redigeren, proeflezen en schrijven in het Engels
Professionele hulp bij Engelstalig schrijven Vraag professionele hulp bij het schrijven van zakelijke, academische of persoonlijke teksten in het Engels door native speakers.

Overige bronnen
to instruct bijbrengen (ww.) ; doceren (ww.) ; gebieden (ww.) ; gelasten (ww.) ; inlichten (ww.) ; instructie geven (ww.) ; instrueren (ww.) ; lesgeven (ww.) ; onderrichten (ww.) ; onderwijzen (ww.) ; opdracht geven (ww.) ; opdragen (ww.) ; opleiden (ww.) ; voorlichten (ww.) ; voorschrijven (ww.)
instruct aanschrijven
Bronnen: interglot; Horecagids; Wakefield genealogy pages


Voorbeeldzinnen met `instruct`
Voorbeeldzinnen laden....


Synoniemen
EN: brief
EN: coach
EN: programme
EN: teach
EN: train