Vertaal
Naar andere talen: • abreißen > ENabreißen > ESabreißen > FR
Definities in het Duits: Abreissen (5x)
Vertalingen abreißen DE>NL

abreißen

werkw.
Uitspraak:  apraisən]

1) durch Reißen trennen - afscheuren
das alte Kalenderblatt abreißen - het kalenderblad afscheuren

2) zerlegen und beseitigen - slopen, demonteren en opruimen

3) sich von etw. lösen - los raken
Der Knopf ist abgerissen. - De knoop is eraf gegaan.

4) unterbrochen werden, plötzlich aufhören - verbinding verbreken
Die Unfallserie reißt einfach nicht ab. - De reeks ongevallen stopt maar niet.

© K Dictionaries Ltd.

Overige bronnen
abreißen (ww.) vernietigen (ww.) ; splitsen (ww.) ; slopen (ww.) ; iets afbreken (ww.) ; scheiden (ww.) ; stukmaken (ww.) ; ergens uitscheuren (ww.) ; afbreken (ww.) ; verwoesten (ww.) ; afrukken (ww.) ; verbrijzelen (ww.) ; afscheuren (ww.) ; uiteenhalen (ww.) ; losrukken (ww.) ; losscheuren (ww.) ; lostrekken (ww.) ; vernielen (ww.)
das Abreißende ontmanteling (v) ; de demontage (v) ; de sloop (m) ; de afbraak ; uiteenname (znw.)
Abreißen ontmanteling ; overtrekken ; schotafslag ; breken
Bronnen: interglot; Download IATE, European Union, 2017.

Voorbeeldzinnen met `abreißen`
Voorbeeldzinnen laden....


Synoniemen
DE: abbrechen
DE: demolieren
DE: dem Erdboden gleichmachen
DE: niederreißen
DE: schleifen
DE: reißen
DE: zerreißen
DE: aufreißen
DE: entzweireißen
DE: herunterreißen

Uitdrukkingen en gezegdes
DE: abgerissen NL: gehavend, kapot
DE: abgerissene Sätze NL: onsamenhangende zinnen
DE: ohne Abreißen NL: zonder ophouden

Download de Android App
Download de IOS App