Vertaal
Naar andere talen: • partner > DEpartner > ENpartner > ES
Definities op Encyclo.nl: Partner (22x)
Vertalingen partner NL>FR

de partner

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [ˈpɑrtnər]
Verbuigingen:  -s (meerv.)

1) iemand met wie je samenleeft - compagnon/compagne (le/la ~), ami/amie (le/la ~)
geen vaste partner hebben - ne pas avoir de partenaire stable

2) iemand met wie je samenwerkt of samenspeelt - associé/-ée (le/la ~), partenaire (le/la ~)
bridgepartner - partenaire de bridge
zakenpartner - associé(e)
[ˈpɑrtnər]
[mv: partners]

1 ( levensgezel) iemand met wie je samenleeft - compagnon/compagne (le ~(m) en la ~(v))
ami/amie (le ~(m) en la ~(v))

  `geen vaste partner hebben`
  ne pas avoir de partenaire stable



2 iemand met wie je samenwerkt of samenspeelt


met wie je samenwerkt

associé/-ée (le ~(m) en la ~(v))

met wie je samenspeelt

partenaire (le ~(m) en la ~(v))

  `bridgepartner`
  partenaire de bridge

  `zakenpartner`
  associé(e)


© K Dictionaries Ltd.

Overige bronnen
de partner (m) homme (m) ; accompagnateur (m) ; partenaire (m) ; ami (znw.) ; bonne amie (v) ; mari (m) ; partisan (znw.)
partnerle conjoint ; personne en couple ; acteur ; associé
Bronnen: interglot; ICT-Woordenboek; Download IATE, European Union, 2017.

Voorbeeldzinnen met `partner`
Voorbeeldzinnen laden....


Synoniemen
NL: bondgenoot
NL: compagnon
NL: danspartner
NL: deelgenoot
NL: echtgenoot
NL: eega
NL: gez
NL: gezel
NL: gezellin
NL: levensgez



Download de Android App
Download de IOS App