Vertaal
Naar andere talen: • afspreken > DEafspreken > ENafspreken > ES
Definities op Encyclo.nl: afspreken (6x)
Vertalingen afspreken NL>FR

afspreken

werkw.
Uitspraak:  ɑfsprekə(n)]
Verbuigingen:  sprak af (verl.tijd ) heeft afgesproken (volt.deelw.)

een afspraak maken - convenir de , prendre un rendez-vous
afspreken om op een terrasje iets te gaan drinken - prendre rendez-vous pour boire un verre sur une terrasse de café
met je ouders afspreken dat je vanavond om elf uur thuis bent - convenir avec ses parents de rentrer ce soir à onze heures

© K Dictionaries Ltd.

Overige bronnen
afspreken (ww.) convenir (ww.) ; arranger (ww.) ; organiser (ww.) ; s'entendre sur (ww.) ; tomber d'accord sur (ww.) ; joindre (ww.) ; réunir (ww.) ; se voir (ww.) ; se rencontrer (ww.) ; se réunir (ww.) ; accorder (ww.) ; s'arranger (ww.)
het afspreken convention (v) ; fait de se mettre d'accord (m)
Bron: interglot

Voorbeeldzinnen met `afspreken`
Voorbeeldzinnen laden....


Synoniemen
NL: accorderen
NL: afgesproken
NL: arrangeren
NL: bedisselen
NL: beslissen
NL: elkaar ontmoeten
NL: elkaar zien
NL: iets overeenkomen
NL: overeenkomen
NL: regelen

Uitdrukkingen en gezegdes
NL: met elkaar afspreken om FR: s'entendre (pour)
NL: afspreken om ergens samen te komen FR: se donner (of prendre) rendez-vous
NL: afgesproken! FR: entendu!
NL: afgesproken? FR: est-ce dit?

Download de Android App
Download de IOS App