Vertaal
Naar andere talen: • DAT > DEDAT > ESDAT > FR
Vertalingen DAT NL>EN

I dat

pronoun
Uitspraak:  [dɑt]

1) <je gebruikt dit woord als je iets aanwijst>
- that
Ik vind dit schilderij mooier dan dat schilderij. - I think this painting is better than that painting.

2) <je gebruikt dit woord als je naar iets wijst dat niet dichtbij is>
- that, those
In dat witte huis aan het eind van de straat woont mijn opa. - My grandpa lives in the that white house at the end of the street.

3) <je gebruikt dit woord als je over iets praat dat al eerder gezegd is>
- that
Heb je een griepje? Dat is niet zo erg. - Do you have a cold? That is not so bad.

4) <je gebruikt dit woord als je meer wilt zeggen over iets of iemand>
- who, which, that
Het paard dat daar in de wei staat, is van mij. - The horse that stands there grazing belongs to me..


II dat

conjunction
Uitspraak:  [dɑt]

1) <je gebruikt dit woord als je een tweede zin in de zin begint>
- that
Ik denk dat ik vanmiddag naar huis ga. - I think that I go home today.
Het is zeker dat iedereen komt. - That is guaranteed that everybody comes.

2) <je gebruikt dit woord als je een beetje opgewonden bent>
- That's some ,,,
Vies dat het daar is! - It's incredibly filthy there!

© K Dictionaries Ltd.

Ondersteuning bij redigeren, proeflezen en schrijven in het Engels
Professionele hulp bij Engelstalig schrijven Vraag professionele hulp bij het schrijven van zakelijke, academische of persoonlijke teksten in het Engels door native speakers.

Overige bronnen
dat that
DAT (Afkorting) DAT (Afkorting) ; delivered at terminal ; digital audio tape
dat even though ; that ... over there ; that one ; that one over there ; that over there ; those ; which ; who ; yonder
Bronnen: interglot; Download IATE, European Union, 2017.; Wikipedia; Wakefield genealogy pages


Voorbeeldzinnen met `DAT`
Voorbeeldzinnen laden....


Synoniemen
NL: datgene
NL: deze
NL: die
NL: dit
NL: zulks

Uitdrukkingen en gezegdes
NL: wat zijn dat? EN: what are they (those)?
NL: dat zijn de wielen EN: those are the wheels
NL: ben jij dat? EN: is that you?
NL: wat zou dat? EN: what about (what of) it?
NL: op dat en dat uur EN: at such and such an hour
NL: het is niet je dat EN: it's not it